De architecturale en culturele ambitie van Kanal kenden we al. Nu maken we kennis met die van zijn toekomstige foodhub, in handen van het agentschap Food and Beverage, waar onder anderen Aurélia d’Hollander, Alice Jaroszuk en Agathe Plumereau deel van uitmaken. Met de ambitie om van het horeca-aanbod een echt verlengstuk van het museum te maken. Opening op 28 november 2026.
Door Françoise Bouzin
Verspreid over de 42.000 m² van de voormalige Citroëngarage wordt de foodruimte geen gewoon eetaanbod voor de bezoekers van het museum. Ze is bedacht als een levendige ontmoetingsplek, open voor Brusselaars én toeristen. Bezoekers kunnen er hun brood kopen, met het gezin lunchen, een glas drinken op een rooftop of zich een gastronomische ervaring cadeau doen. « We willen dat iemand hier zijn brood of zijn croissant kan komen kopen zonder daarvoor per se een tentoonstelling te bezoeken », legt het team uit. Een filosofie die op zich al de ambitie van het project samenvat, dat het museum van zijn voetstuk wil halen om er een levendige plek van te maken, verankerd in de buurt.
Lees ook > Waar zitten in 2026 de échte goede rooftops van Brussel verstopt?
Een vrouwelijk team met complementaire achtergronden
Aurélia d’Hollander neemt de leiding over het vegetarische gastronomische restaurant op de vijfde verdieping, met uitzicht op de hoofdzaal van het museum. Vertrouwd met gastronomische keukens, komt ze naar Kanal met de wil om mee te bouwen aan een project en er haar eigen gevoeligheid in te brengen. Aan haar zijde staat Alice Jaroszuk, licentiaat in culinaire kunst en restaurantmanagement, met meerdere jaren ervaring als patissier en chef-patissier in sterrenzaken. Zij bedenkt het volledige bakkerijaanbod en de dessertkaarten van de 3 horecazaken. Haar ambitie reikt veel verder dan louter productie, want voor haar moet de bakkerij op de gelijkvloers het kloppende hart van het gebouw worden, een plek waar zowel de buurtbewoners als de museumbezoekers dagelijks over de vloer komen.
Tot slot coördineert Agathe Plumereau de volledige Food & Beverage-activiteit. Na een tiental jaren in de wijnwereld, met ervaringen bij Hélène Darroze, bij Kamo en bij de opening van de rooftop Le Perchoir in Parijs, stuurt ze vandaag de operationele uitrol van een bijzonder complex project

Meer dan een restaurant
De toekomstige foodhub zal verschillende complementaire werelden omvatten: een grote brasserie op de kaai, een vegetarisch gastronomisch restaurant, een bakkerij die de hele dag open is, een rooftopbar met een aanbod om te delen en een kiosk die geactiveerd wordt naargelang de culturele programmatie. De bedoeling is om heel verschillende doelgroepen te bereiken. Sommigen komen gewoon lunchen tussen twee vergaderingen, anderen brengen een volledige dag in het museum door en sluiten hun bezoek af met een gastronomisch diner of een cocktail met uitzicht over Brussel. Families, schoolgroepen, buurtbewoners en toeristen moeten er op een natuurlijke manier kunnen samenkomen in eenzelfde plek.

Duurzaamheid als leidraad
En ook die van de samenhang, want de reflectie stopt niet bij het bord. Ze omvat ook de relaties met de producenten, de arbeidsomstandigheden van de teams, de verpakkingen voor take away en het afvalbeheer. Bijna 80 % van de producten zal van lokale producenten komen. De bloem komt van Belgische molens en de alcoholvrije dranken worden intern ontwikkeld. De kaart van de brasserie geeft ruim baan aan Belgische producenten, voor een eigentijdse lezing van het nationale gastronomische erfgoed. In de toekomst zou deze aanpak ook in dialoog kunnen gaan met de artistieke programmatie van het museum.
De teams denken al aan samenwerkingen rond thema’s als chocolade, rietsuiker en slavernij of voedselcircuits, onder meer met Slow Food. Een manier om te tonen dat ook voeding een cultureel object kan worden.

Bouwen aan een ander model
Wat tot slot opvalt, is de diep collectieve dimensie van het project. « Het is een werkomgeving die enorm verschilt van wat we gewend zijn. In plaats van in een gesloten wereldje te leven, krijgen we de kans om heel verschillende profielen te ontmoeten (van de boekhoudster tot de verantwoordelijke voor het afvalbeheer). » De drie verantwoordelijken benadrukken dat ze niet alleen werken. Rond hen bewegen de chefs van de brasserie, de rooftop en het economaat, en ook de talrijke artistieke, technische en administratieve teams van het museum. « We zitten in een aanwervingsfase en we zoeken heel diverse profielen die aansluiten bij onze duurzaamheidseisen », leggen ze uit.
« We proberen iets anders te creëren ». Een model waarin beslissingen samen met de andere beroepen tot stand komen, waarin de mens centraal blijft staan en waarin het horeca-aanbod volop bijdraagt aan de culturele identiteit van de plek. Bij Kanal wordt het bord dus geen louter bijkomende dienst. Het wordt een van de talen van het museum, een andere manier om Brussel te vertellen, zijn producenten, zijn vakmanschap en de waarden van een instelling die cultuur, gastvrijheid en duurzaamheid met elkaar in dialoog wil brengen. Wordt vervolgd ….






