Sinds 1 juli 2026 geldt de witte kassa voor de volledige horeca. Wij hebben ja gezegd tegen transparantie: dat hebben wij altijd gedaan. Maar deze keer gaat die inspanning met niets gepaard. RSZ-doelgroepvermindering afgeschaft, btw nooit hervormd, flexi-jobs verwaterd, hotels dubbel belast. In een open brief aan de federale regering en de partijvoorzitters stelt Matthieu Léonard, voorzitter van Horeca Brussels, vast dat het vertrouwenscontract tussen de Staat en de sector verbroken is.
Sinds 1 juli 2026 geldt het GKS 2.0 (het Geregistreerd Kassasysteem: de witte kassa en haar befaamde zwarte doos) voor de volledige horeca. Restaurants, hotels, cafés, bars, nachtclubs, snackbars, broodjeszaken, frituren: geen enkele onderneming van het Paritair Comité 302 (PC 302) ontsnapt er nog aan.
En in principe onthalen wij dat gunstig. Wij zijn transparantie nooit uit de weg gegaan. In 2016, toen de Staat ons het GKS 1.0 oplegde, hebben wij ja gezegd. Ja aan traceerbaarheid, ja aan controle op reële cijfers, ja aan de inspanning. Maar tegenover die inspanning stond een tegenprestatie. Een duidelijk contract.
Dat contract, dat was de btw op onze maaltijden die van 21 naar 12 % werd gebracht. Dat waren de flexi-jobs, gecreëerd voor de horeca en voorbehouden aan de horeca. Dat was de RSZ-doelgroepvermindering voor onze vaste werknemers. Transparantie in ruil voor ondersteuning. Voor wat, hoort wat. Wij hebben ons deel van de afspraak nagekomen.
Vandaag veralgemeent het GKS 2.0 die inspanning naar de hele sector. Een ‘level playing field’ onder ons, akkoord. Wij wilden dat ook. Maar deze keer gaat die inspanning met niets gepaard. Met niets.
Erger nog: ze veegt de maatregelen weg die wij gisteren verkregen in ruil voor onze transparantie.
En ondertussen wordt de grootdistributie, net als heel de rest van de detailhandel, door geen enkele witte kassa geviseerd. Over de vrije beroepen zwijg ik dan nog. Het is overduidelijk: het ‘zwart’ bestaat in België enkel in onze zaken. Men jaagt op één sector en sluit de ogen voor alle andere. Een ‘level playing field’ bínnen de horeca? Ja. Gelijke concurrentievoorwaarden voor ALLE ondernemingen, over alle sectoren heen? Nog altijd niet.
Dit is dus wat onze federale regering voor de horeca in petto heeft:
- De witte kassa voor iedereen, op onze kosten. Ongeveer 1 000 € per zaak om zich uit te rusten, zonder ook maar één compenserende maatregel. Samen met de carwashsector zijn wij de enigen die geviseerd worden.
- Het einde van de RSZ-doelgroepvermindering. Afgeschaft sinds 1 juli, terwijl minister Vandenbroucke zich uiteindelijk had geëngageerd om ze te behouden. Dat is 500 tot 800 € per kwartaal, voor de eerste 5 voltijdse werknemers aangegeven via de witte kassa, oftewel 10.000 tot 16.000 € per jaar die in rook opgaan. De beloning voor deugd: niets.
- Geen enkele btw-hervorming. De maaltijd in de zaal blijft op 12 %, tegenover 6 % voor de take-away, de traiteur om de hoek en de grootdistributie. De niet-alcoholische drank, de fles water aan tafel? 21 %. Tegenover 6 % om mee te nemen. Absurd. Een kameel die niet stinkt, helaas.
- De hotelsector en de toeristische logies dubbel gestraft. Hun btw-tarief stijgt van 6 naar 12 %. Men is hen niet vergeten: men heeft hen getroffen. Willekeurig.
- De flexi-jobs uitverkocht. Onze speerpuntmaatregel, ontstaan om de witte kassa te begeleiden, staat voortaan open voor alle sectoren, zonder ook maar enige versterkte fiscale en sociale controle als tegenprestatie. Men verwatert onze hefboom tegen de personeelstekorten, en houdt onze verplichting overeind.
- De defiscalisering van de fooien? Nog steeds een spook. Aan de vooravond van de verkiezingen van 2024 door alle partijen gesteund, kwijnt die maatregel sindsdien weg op de tafel van de Kamercommissie. Het probleem met de tekst is nochtans louter semantisch: men verwart er ‘fooien’ met de verloning ‘in de pot’. Het lijkt technisch en ingewikkeld, maar dat is het absoluut niet. Hier is enkel sprake van intellectuele luiheid.
Dat de horeca een opkuis moet ondergaan en dat er een nog doeltreffender fiscaal en sociaal controlesysteem wordt ingevoerd? Ja. Maar door álle steunmaatregelen af te schaffen en onze fiscaliteit niet te hervormen, gaat u te ver. Het zijn niet alleen de frauduleuze ondernemingen die zullen uitdoven, maar een volledig eerlijk en transparant deel van de sector.
En dat is nog maar het federale niveau.
In het Brussels Gewest doet de hervorming van de tewerkstellingssteun ‘Activa’ het budget smelten van 30 naar minder dan 10 miljoen: duizenden euro’s die elk jaar verloren gaan voor horecazaken die er net de eerste begunstigden van zijn. Het parkeerbeleid van parking.brussels verstikt onze klanten uit het Brusselse hinterland en jaagt hen weg. De gemeenten op hun beurt overtreffen elkaar in belastingwoede en soms in fiscale creativiteit: de verhoging van de onroerende voorheffing die onze zaken, en in het bijzonder onze hotels omwille van de grote oppervlaktes die zij innemen, moeten dragen, grenst aan afpersing; de belastingen op terrassen, uithangborden, ter beschikking gestelde parkeerplaatsen en zelfs op bestelzuilen! Ook in zaken die niets weg hebben van een fastfoodmultinational.
Wij zijn de melkkoe van dienst. De rekening, die vereffenen uiteindelijk wíj.
Stapel daarbovenop de regelneverij die maar niet ophoudt: reglementering op versterkt geluid en geluidsnormen, sluitingsuren, rookverbod op terrassen en verbod op rookkamers in nachtclubs, wetsontwerp over de ventilatieplicht in publiek toegankelijke ruimtes, ‘nul alcohol’ achter het stuur… Maatregelen die zich hullen in deugdzaamheid, maar die zich opstapelen zonder overleg, of onder het mom van een schijnoverleg. Onmogelijk om in die omstandigheden sereen aan de toekomst te bouwen.
Op een bepaald moment: STOP, het is genoeg! S'il vous plaît !!!
De regering plant een verlaging van de patronale lasten van ongeveer één miljard euro tegen 2030? Een mooie budgettaire inspanning, die wij toejuichen. Wij zullen er echter weinig van voelen, zozeer zullen de kmo’s en micro-ondernemingen die de horeca structureren verwateren in de massa van alle ondernemingen van het land. Terwijl wij vandaag 5 % van de nettotewerkstelling in België vertegenwoordigen, zal dat miljard aan lastenverlaging nooit de steunmechanismen vervangen die men ons vandaag afneemt. Wij mogen per werknemer hopen op een verlaging van 300 tot 400 €/jaar vanaf 2030. Onvoldoende om het hoofd boven water te houden. Ruimschoots onvoldoende om te compenseren wat men ons vandaag afneemt.
Als er destijds steunmaatregelen werden genomen, was dat niet om ‘cadeaus’ uit te delen aan een sector waarvan de lobby beter zou hebben gepresteerd dan een andere. Neen. Het was omdat het rechtvaardig en noodzakelijk was, omdat de verkozenen van toen onze situatie hadden geobjectiveerd en oplossingen wilden aanreiken in de nasleep van de financiële crisis van 2008 en de staatsschuldencrisis van 2010. Sinds 2020 hebben wij veel ergere dingen meegemaakt, doorheen crisissen die elkaar onophoudelijk opvolgen.
Zeker, de huidige hervormingen van de arbeidsmarkt zijn een positief signaal voor de ondernemerswereld. Toch vormen zij niet de fiscale schok die de horeca nodig heeft: hun effect vervaagt nu al door de afschaffing en de verwatering van de steun die ooit werd toegekend binnen het vertrouwenscontract tussen de Staat en de horeca.
De horecasector is de deurmat geworden van al onze verkozenen, op elk niveau. Zij smullen aan onze tafels, kloppen ons op de schouder met een ‘het gaat toch goed met jou, hè, je zaal zit lekker vol’, zonder ooit te horen en te begrijpen dat een volle zaal op vrijdagavond niet meer volstaat om onze kosten te dekken. Of zij spelen, omgekeerd, de grote empathie, om vervolgens de verantwoordelijkheid door te schuiven naar de coalitiepartner of naar het andere beleidsniveau. Men zwaait met ons als de parels van het samenleven en de sociale cohesie, om ons daarna discreet aan het spit te rijgen. Men rijgt ons aan het spit als een dikke kerstkalkoen: nuttig zolang de maaltijd duurt, vergeten zodra de tafel is afgeruimd.
En welke hefbomen blijven ons nog over?
Staken? Daar hebben wij de middelen niet voor. Betogen, het verkeer blokkeren? Dat stoort enkel de voorbijganger en de ondernemer die naar zijn werk rijdt. Klagen in de pers en in de studio’s? Wij verslijten er onze pen, wij drogen er onze keel uit, meer niet. De tijd van één onderwerp, tot men naar het volgende overgaat.
En dan betrappen wij onszelf op de gedachte. Moeten wij onze deuren sluiten voor onze verkozenen? Moeten wij zover komen dat wij ‘black fridays’ invoeren, maar dan élke dag, met zaken die de kabel van de witte kassa uittrekken en zich ver van de controletoren houden? Vandaag zijn dat nog geen ordewoorden. Het zijn de vragen die de wanhoop in de mond legt van een sector naar wie men niet anders meer luistert.
Want wie honger heeft, probeert zich met alle middelen te voeden.
Wij hebben u onophoudelijk gealarmeerd. Over ons economisch lijden. Over onze belachelijk kleine marges van 3 tot 5 %, wanneer wij ze überhaupt nog halen. Over het risico dat onze restaurants, onze bistro’s, onze cafés en onze hotels verdwijnen, zaken die wij toegankelijk proberen te houden voor de hele bevolking, naar ieders middelen. Dat eeuwige ‘net boven water’ houden erodeert onze ondernemingszin, ons optimisme, onze moed en onze veerkracht veel te sterk. Dat overleven vreet aan onze glimlach, aan ons moreel. Het maakt ons uiteindelijk fysiek ziek.
Wij hebben u onophoudelijk gewaarschuwd. Opdat elke burger zich nog ergens anders zou kunnen terugvinden dan opgesloten thuis voor één van zijn vele schermen, opdat hij verder zou kunnen uitwisselen met zijn gelijken, opdat er eigenzinnige plekken blijven bestaan die de strijd aangaan met de toenemende verschraling van de horecamarkt, een verschraling die enkel opkomende ketens ten goede komt, waarvan de precaire tewerkstelling en het uniforme, zelden ambachtelijke aanbod uiteindelijk niemand een dienst bewijzen.
De horecasector beleeft een wrede paradox: hij voedt en laaft iedereen, terwijl hij zelf van honger omkomt en dorst naar een uitweg. Veerkrachtig, nog altijd. Maar op.
Echt helemaal op…
Om al die redenen is in het hart van het begrotingsdebat staan geen wens meer.
Het is een dwingende noodzaak.
Daarom richt ik een eenvoudige boodschap aan de federale regering en aan de partijvoorzitters: het is voortaan dringend om rekening te houden met de horeca, met haar 55.000 ondernemingen, hun 160.000 werknemers en de 12 miljard euro aan globale jaarlijkse bijdragen die wij voor de gemeenschap genereren.
Matthieu Léonard, Voorziter van Horeca Brussels






