Prijs, kwaliteit, bevoorrading, labels, lokale producten… Bio blijft een discussiepunt in de horecasector. Een studie van Biowallonie bij 200 restauranthouders en grootkeukens brengt een genuanceerdere realiteit aan het licht dan de gangbare clichés.
Toelichting door Charlotte Ramet, projectmedewerker bij Pôle alimentation durable van Biowallonie.
Tussen overtuiging, economische druk en de zoektocht naar kwaliteit zijn de professionals vooral op zoek naar pragmatische oplossingen. “Zodra het over bio gaat, heeft iedereen een mening”, stelt Charlotte Ramet vast. Precies om die misvattingen te overstijgen, hield de organisatie een enquête bij professionals uit de restaurantsector. Het doel was niet om te overtuigen, maar om de meest verspreide percepties te objectiveren en ze te toetsen aan de regelgeving en aan de realiteit van de biosector. De studie ging eind november 2025 van start en leverde 193 antwoorden op, waarvan 64 % van commerciële restaurants en 36 % van grootkeukens. De deelnemers waren in hoofdzaak al bezig met een duurzame aanpak, onder meer via het Good Food-netwerk.
Lokaal vóór bio
De eerste mythe, “ik geef de voorkeur aan lokale aankopen, en als het bio is, is dat een pluspunt”, zit diep ingebakken bij 64% van de respondenten. In diezelfde lijn verklaart 56% van de deelnemers aan de studie lokale aankopen te laten voorgaan op bioaankopen. Daarnaast zegt 55% te werken met producenten die ze kennen en die een geïntegreerde, maar niet-gecertificeerde landbouw praktiseren.
Voor Charlotte Ramet is die tegenstelling tussen lokaal en bio nochtans misleidend.
“Lokaal zegt niets over de productiewijze. Een product kan lokaal zijn zonder aan bijzondere milieucriteria te beantwoorden. Omgekeerd heeft de productiewijze vaak een veel grotere impact op de milieuvoetafdruk dan de afgelegde afstand.” De studies waarnaar Biowallonie verwijst, herinneren er dan ook aan dat het grootste deel (80%) van de koolstofvoetafdruk van een voedingsmiddel voortkomt uit de manier waarop het werd geproduceerd, veel meer dan uit het transport of de verpakking.
Lees ook > Afschaffing van de Activa-premie: een overgangsperiode is bevestigd, dit moet u weten
De prijs als grootste struikelblok
De kostprijs van bio blijft de eerste hindernis. In de enquête noemt 83 % de prijs als voornaamste rem op de aankoop van bioproducten. Toch verdient die perceptie volgens Biowallonie enige nuance. “Bio is inderdaad duurder om te produceren”, herinnert Charlotte Ramet. Meer arbeidskrachten, minder intensieve veehouderij met verplichte toegang tot een buitenruimte, kleinere landbouwpercelen, diervoeder dat zelf ook biogelabeld is, certificering… allemaal elementen die dat prijsverschil verklaren. Maar ze legt evenzeer de nadruk op het begrip waarde. “Achter die prijs zit vooral een ander landbouwmodel, met meer respect voor de bodem, het milieu, het dierenwelzijn en het werk van de producenten.”
Volgens Biowallonie blijven bepaalde producten bijzonder competitief voor de horeca: zuivelproducten, vollegrondsgroenten, appelen en peren, en bepaald vlees uit Waalse veehouderijen.
Categorieën waarbij het prijsverschil beperkt blijft en de smaakkwaliteit erkend is. De organisatie moedigt restauranthouders trouwens aan om geleidelijk te starten in plaats van meteen op 100 % bio te mikken.
De smaak, de smaak, de smaak
Bij de kwaliteiten die restauranthouders aanhalen, staat de smaakkwaliteit. “Het beste middel om te overtuigen blijft vaak de producten laten degusteren en de producenten laten ontmoeten”, legt Charlotte Ramet uit. De vereniging organiseert trouwens steeds meer ontmoetingen tussen restauranthouders en producenten, streekevenementen en praktische tools om die uitwisselingen te vergemakkelijken.
Bio, lokaal en seizoensgebondenheid niet tegen elkaar uitspelen
Voor Biowallonie gaat het er niet om bio, lokaal, korte keten of seizoensgebondenheid tegen elkaar uit te spelen, maar om ze op te tellen, rekening houdend met de economische realiteit van elke zaak. Tot de aangehaalde pistes behoren onder meer meer plantaardige gerechten op het bord, een doordachter vleesverbruik met een keuze voor betere kwaliteit, minder voedselverspilling, een beroep op de Waalse bioketens waar mogelijk, en een versterkte dialoog tussen producenten en restauranthouders om beter in te spelen op de beperkingen van elke partij.
Meer dan een label, een duurzaam toekomstproject voor iedereen
Kortom, de studie toont aan dat restauranthouders bio niet afwijzen, maar dat hun beperkte kennis van de biologische landbouw en de bijhorende garanties verwarring creëert en soms zelfs een tegenstelling met de criteria van duurzame voeding. Nochtans is het belangrijk goed te beseffen dat bio deel uitmaakt van de duurzaamheidscriteria en de andere criteria (seizoensgebondenheid, korte keten…) geenszins uitsluit. Voor Charlotte Ramet zal de transitie er niet komen door verplichtingen of slogans, maar door een betere kennis van de ketens, de producten en de producenten. “Kiezen voor bio is kiezen voor duurzaamheid, gezondheid en respect voor het milieu en het dierenwelzijn”, besluit ze. Voor alle vragen over bio in de horeca: restauration@biowallonie.be – 0474/38.11.24
- Lijst van lokale bioleveranciers voor de horeca
- Lijst van leveranciers van Waals biovlees voor de horeca in Brussel
- Praktische fiche: hoe begin ik met bio in mijn restaurant?






