Flexi-jobs: meer inkomen, meer flexibiliteit en een beter gedefinieerd kader
Vanaf 2026 zullen flexbanen beschikbaar zijn in alle sectoren. Voor de horeca staan een aantal grote veranderingen op stapel.
Het jaarlijkse belastingplafond voor inkomen uit een flexbaan wordt verhoogd van 12.000 naar 18.000 euro netto. In CP 302 wordt het maximumuurloon vastgesteld op 21 euro, inclusief betaald verlof, en wordt het niet langer uitgedrukt als een percentage van het sectorale minimumloon. In plaats daarvan wordt het een vast bedrag dat wordt geïndexeerd in lijn met het Horeca minimumloon. Deze wijziging maakt het gemakkelijker om bonussen en toeslagen te betalen die gebruikelijk zijn in de sector (nachtwerk, zon- en feestdagen, enz.) zonder het toegestane salarisplafond te overschrijden.
Het verbod voor een voltijdse werknemer om te flexwerken in een verwante onderneming wordt opgeheven. Voor gepensioneerden wordt een bronbelasting van 33% toegepast, met een wettelijke wijziging van het referentiekwartaal: de controle wordt nu gebaseerd op kwartaal T, in plaats van T-2 zoals voorheen.
In de praktijk worden flexi-jobs een nog flexibeler instrument om pieken in de activiteit op te vangen tegen gecontroleerde loonkosten.
Belastingvrij overwerken: een nieuw systeem maar nog steeds enkele grijze gebieden
Er komt één systeem van 360 uur vrijwillig overwerk in alle sectoren, zonder rechtvaardiging, zonder vrije tijd en zonder interne beperking van de arbeidstijd. Voor de horeca wordt dit plafond verhoogd tot 450 uur per jaar.
Van deze uren 240 uur blijven “netto uren”.Dat wil zeggen zonder sociale bijdragen of belastingen, met een bruto equivalent aan het netto en zonder extra loon voor de werkgever. Voor de 90 extra uren die specifiek zijn voor de horeca is het nog niet duidelijk of ze al dan niet van hetzelfde nettoregime zullen genieten: er is op dit moment nog geen consensus tussen de sociale partners en de regering.
Andere onzekerheden :
- De andere sectoren hebben al “stimuleringsuren”, maar er is geen garantie dat deze tijdens het eerste kwartaal van 2026 gehandhaafd blijven, aangezien het huidige systeem op 31 december 2025 afloopt.
- Sommige eerdere ontwerpen voorzagen in één overeenkomst van onbepaalde duur. Voortaan moet de schriftelijke overeenkomst tussen werkgever en werknemer elke zes maanden vernieuwd worden.
- De tekst stelt dat het systeem van toepassing is op voltijdse en deeltijdse werknemers met ten minste drie jaar anciënniteit. In CP 302 hadden tot nu toe echter alleen voltijdwerkers toegang tot het systeem, terwijl deeltijdwerkers al toegang hadden tot hersteltijd.
Het is gepland om in werking te treden op 1 april 2026maar de verordeningen moeten nog worden afgerond.
Proefperiode: een gereguleerd rendement
Wat dit betekent voor horeca-exploitanten
Deze hervormingen geven bedrijven meer speelruimte om schommelingen in de activiteit te beheren, teams te versterken en verbintenissen veilig te stellen. Ze maken het wettelijk kader echter complexer, vooral wat overuren betreft, waar een aantal parameters nog moeten worden verduidelijkt. Een zorgvuldige opvolging van de definitieve teksten zal essentieel zijn om de nieuwe regels correct toe te passen en administratieve fouten te vermijden.






