Sommige trajecten volgen geen rechte lijn, maar tekenen een sterrenbeeld. Dat geldt ook voor Joy Scaianski, een van de oprichters van Maison Poesy: een mix van ontmoetingen, reizen en nieuwsgierigheid, gedragen door een diepgewortelde, bijna instinctieve liefde voor schoonheid.
Parijs, eerst

Ze komt er al aan in haar prilste kindertijd. Met een Antilliaanse moeder en een Zwitsers-Poolse vader woont ze er en start ze een opleiding kunstgeschiedenis. Om haar studies te bekostigen gaat ze aan de slag in de hotelsector, zonder echt carrièreplan. En net daar, bijna toevallig, begint alles. In die tijd is Hôtel Costes the place to be: een levend, bruisend decor waar ontwerpers, artiesten, modellen, Fashion Week en eindeloze nachten elkaar kruisen. Ze ontdekt er luxeservice als een manier van leven, met als kernwaarden: luisteren, het juiste gebaar en een onzichtbare elegantie.
“Met mijn diploma kunstgeschiedenis wilde ik eigenlijk naar de École Boulle voor juweelontwerp. Ik ben altijd aangetrokken geweest door schoonheid: het visuele, materialen, texturen. Maar ik werd verliefd op die wereld, op de contacten met mensen en – toevallig – ook op wijn, dankzij klanten die me meenamen naar proeverijen. Toen heb ik beslist om alles stop te zetten en er volledig voor te gaan,” vertelt Joy.
De strengheid leren, zonder je vrijheid te verliezen
Daarna trekt ze naar een sommelierschool en gaat ze in duaal traject stage lopen bij het Mandarin Oriental, een paar deuren verderop. Daar werkt ze samen met Thierry Marx en David Biraud: twee chefs uit de wereld van de palaces, dragers van een heel klassieke, sterk gecodeerde visie op sommellerie. Joy komt binnen met haar ‘fashion’-bagage en de blik van een kunsthistorica. Ze scherpt haar techniek aan, zonder ooit haar gevoeligheid op te geven.
Na verschillende Parijse huizen volgt ze haar partner – een getalenteerde chef – naar Zwitserland, naar Lausanne, waar ze aan de slag gaat in het Beau-Rivage Palace. Een weelderige plek, maar vooral een leerschool in discipline. Hier is stiptheid bijna heilig. En de wijngaarden liggen vlakbij. Daar ontdekt ze terroirwijnen van heel dichtbij: de Valais, Lavaux, zeldzame druivenrassen zoals Petite Arvine of Amigne, kleine familiale producties, minuscule en bijna verborgen.
“Ik kreeg steeds meer de behoefte om die wijnen te belichamen, om het verhaal te vertellen van wijnbouwers die om 4 uur ’s ochtends opstaan om de wijngaarden tegen de vorst te beschermen. Ik ontwikkelde mijn eigen woordenschat, ver weg van de klassieke grammatica. Ik durfde tegen een klant te zeggen dat een oude Bordeaux me deed denken aan de stoffige bibliotheek van een adellijk kasteel. Dat creëerde een sterke band, al was het als jonge vrouw niet altijd makkelijk om je plaats te nemen tegenover een traditionele of zakelijke clientèle die liever met de man sprak,” voegt Joy eraan toe.
Brussel, als speelveld
Op haar 23ste droomt ze van Azië, van Singapore, van grote vertrekken. Maar het is in Brussel dat Joy en Jordan Heurteux zich vestigen, na een voorstel van de groep rond Serge Litvine en Yves Mattagne. “Er hing een bijzondere aura rond de Villa Lorraine. De groep was volop aan het groeien, nam zaken over (Lola, Odette en Ville…) en had iemand nodig om de sommellerie te structureren.”
Jordan wordt chef-consultant van Yves Mattagne, met wie hij meewerkte aan de opening van verschillende zaken zoals restaurant Lily’s, Poncho in Waterloo, Le Panorama in Namen, Atypiq in de Tongersesteenweg, Rocca en Naanry in samenwerking met Seb Mattagne, enzovoort.
Joy ontplooit zich intussen op haar nieuwe speelveld: “Voor mij was dit een gouden kans om de touwtjes opnieuw in handen te nemen: wijnkaarten maken, identiteiten uitbouwen. Ik kon teams opleiden, niet met saaie theoretische lessen, maar met speelse methodes, bijvoorbeeld op basis van kleuren: een lichtrode wijn (Pinot Noir, Gamay) bij lichtrode producten (tonijn, carpaccio), donkerdere wijnen bij wild. Het is eenvoudig, maar het team onthoudt het en werkt efficiënter.”
Consultancy als logisch vervolg
Tegelijk sluit ze zich aan bij Le Petit Commis, een adviesbureau dat door haar vennoot Jordan werd opgericht. Samen begeleiden ze restaurateurs die wel een plek hebben, maar nog geen ziel: van concept tot kaart, met ook aandacht voor servies, inrichting en de algemene samenhang. Daarbovenop start ze met rechtstreekse wijnimport: ze selecteert zelf de wijnmakers en houdt zo de marges én het unieke karakter in eigen handen.
Maison Poesy, een levend manifest
Wanneer zich de kans voordoet om een zaak in Elsene over te nemen – via de eigenaars van de kunstgalerie ernaast, Le Hangar – waagt ze de sprong. Maison Poesy wordt een etalage, een plek die aanvoelt als een artistieke cocon en de hele dag leeft. Ontbijt, lunch, tea-time, aperitief, een romantisch diner of een avond met vrienden/vriendinnen, en een familiale brunch. Op het Châtelainplein, historisch vooral een avondplek, durft ze ook ’s ochtends open te gaan. En die gok loont.
Kunst staat er centraal. De zaak verandert van kleur met elke tentoonstelling. De dag vóór de opening schildert Denis Meyers een monumentale muurschildering in de gang naar de keuken. Samenwerkingen volgen elkaar op: Nico de Nys, en binnenkort Seb Janiak. Eén per maand. Artistiek of culinair.
Een heldere blik op de Brusselse horeca
Als geboren Parisienne kijkt ze met een heldere blik naar Brussel. De grootste uitdaging? Personeel. Hier is langdurige betrokkenheid zeldzamer, met flexi-jobs en studenten die vaak komen en gaan. Er zijn ook minder hotelscholen. De oplossing? Teams koesteren en met mildheid opleiden.
“De tijd dat je mensen zonder omwegen behandelde, met dat militaire kantje in de keuken, is voorbij. Rigor moet er zijn – we staan garant voor de gezondheid van gasten, allergieën, hygiëne – maar dat kan perfect met pedagogie. Zodra een team goed is opgeleid en vertrouwen heeft, kan je je een ontspannen sfeer permitteren,” legt Joy uit.
En morgen ?
Na vier maanden open te zijn, vindt Maison Poesy zijn ritme. De ambitie is duidelijk: van deze plek een eerste ‘huis’ maken. Misschien volgen er andere adressen, elders, telkens in verbinding met kunst. Geen kopie, maar dezelfde filosofie: samenwerking, openheid en een sterke identiteit.






