La Mirabelle, La Brocante, De Valera’s, Wine in the City… De lijst wordt langer, de shortcuts ook. Het verhaal is eenvoudig, bijna te: doet uw inzetten, niets gaat nog. De horecasector zou in een systemische, structurele, definitieve crisis zitten. Maar, zoals vaak, is de realiteit van de feiten minder spectaculair en oneindig veel complexer. Wanneer de pers individuele gevallen optelt om er een algemeenheid van te maken
Eén ding moet je de pers toegeven: ze doet haar werk. Sluitingen, herstructureringen, financiële moeilijkheden relateren, dat is legitiem. Wat dat minder is, is de heel menselijke verleiding om deze feiten aan elkaar te verbinden om er een globaal, angstaanjagend, clicks- en papierverkopend verhaal van te maken. De journalistieke loep houdt van reeksen, van massa-effecten, van zwakke signalen die worden omgezet in DEFCON 1-alarmen, zelfs al past het om in nuance te blijven: niet alles is rozengeur en maneschijn in het land van nonkel Bart.
Nu, de horeca is nooit een lange rustige rivier geweest. Brussel heeft altijd geleefd op het ritme van passeringen, overdrachten, koerswijzigingen, mislukte overnames, discrete sluitingen en luidruchtige openingen. Het verschil vandaag is niet zozeer het bestaan van deze bewegingen als wel hun zichtbaarheid. Ja, de balans is negatief. Ja, er zijn meer sluitingen dan openingen. Ja, de faillissementen zijn talrijk, inclusief de PRJ en het nieuwe fenomeen van stille faillissementen. Dat te ontkennen zou oneerlijk zijn. Maar deze realiteit omvormen tot één uniek apocalyptisch verhaal, dat is het essentiële missen.
La harde (en onbetwistbare) realiteit: een sector onder permanente druk
De horeca is een van de zwaarst gereglementeerde, belaste en gecontroleerde sectoren van het land: blackbox/witte kassa, controles op alle fronten, de aftrekbaarheid van restaurantkosten op een laag pitje, angstaanjagende hygiëneregels, verstikkende fiscaliteit, hallucinante sociale lasten, btw die geregeld als budgettaire pasmunt wordt gebruikt, terugkerende (on)gunstregimes, ongezonde concurrentie binnen de sector zelf tussen afhaal en ter plaatse, zelfs tussen de klassieke horeca en fastfood. Tel daar de historische stijging van de grondstoffenprijzen bij, de explosie van de energieprijzen (intussen deels teruggevallen) en, laten we die link leggen, een gewestelijk mobiliteitsbeleid dat sommige wijken op zichzelf doet terugplooien en zorgt voor chronische onbereikbaarheid voor bepaalde groepen, om nog te zwijgen van de torenhoge parkeerkosten, en je krijgt een bijzonder onverteerbare cocktail.
Maar de echte olifant in de kamer blijft de erfenis van Covid. De steunmaatregelen hebben velen geholpen te overleven, dat valt niet te ontkennen. Maar ze hebben ook een bubbel gecreëerd van uitstel, uitgestelde schulden en fragiele constructies. Geld dat met de ene hand werd gegeven, en meteen met de andere weer werd teruggenomen. Vandaag barst die bubbel, en komen zaken bloot te liggen die financieel wankel staan, soms al jaren. Economen hadden het voorspeld, en ze hadden gelijk. Op dat punt heeft de pers geen ongelijk: de sector lijdt. Echt.






