De bistrottrend: een importfenomeen of een nieuwe Brusselse code?

In Brussel en Vlaanderen schieten bistro’s van de nieuwe generatie als paddenstoelen uit de grond. Met ongecompliceerde kaarten, een ontspannen sfeer en hartverwarmende keuken weet deze nieuwe golf een publiek te verleiden dat op zoek is naar houvast en gezelligheid. Maar gaat het om een simpele trend die van elders is overgewaaid, of om een echte verschuiving in een Horecalandschap dat volop in verandering is? We legden de vraag voor aan Elisabeth Debourse, hoofdredacteur van Le Fooding.

Hoe analyseert u de nieuwe bistrottrend?

Het fenomeen is sterk in opmars, maar neemt nu al een bijzondere plaats in binnen het horecalandschap. We zien het opduiken in Brussel, maar ook in Vlaanderen, waar het concept van de ‘bistrot à la parisienne’ aanslaat. Het is een mix van nostalgie, herwerkte Parijse codes en de behoefte om opnieuw samen te komen op een plek die je kan zien als een van onze laatste ‘derde plekken’: het restaurant. Daarbij komt dat een groot deel van de Brusselse horeca gedragen wordt door Fransen. Hoe goed ze ook ingeburgerd zijn, ze brengen hun eigen codes mee.

Staat de ‘bistrot à la parisienne’ niet te ver van onze Belgische codes?

In onze Belgische typologie heb je de brasserieën – meer formele zaken waarvan de prijzen de voorbije jaren (terecht) gestegen zijn – en de tavernes, plekken waar bier en gezelligheid centraal staan. De bistrot van vandaag creëert daar een nieuwe tussencategorie: met brasserie-achtige gerechten, maar minder opgeblazen, minder franjes, meer geroezemoes en een lossere, vertrouwelijkere service. Je vindt er vaak klassiekers terug: gebraden kip, americain-friet, tong met beurre blanc… maar dan in een spontane, laagdrempelige ‘buurt’-versie. Het is een alternatief dat inspiratie haalt bij onze buren en tegelijk mee ons lokale referentiekader vormgeeft.

En aan Vlaamse kant?

We zien dezelfde energie, maar iets meer volgens vaste codes: francofiele bistro’s die tegelijk chic en cool zijn, met een strak uitgewerkt interieur, bedacht om vriendengroepen te ontvangen. Het zijn niet echt plekken voor een date, en ook niet precies klassieke familierestaurants, maar levendige adressen, lekker rumoerig, met een aanbod dat nostalgisch en tijdloos aanvoelt, en waar je altijd je vertrouwde houvast terugvindt.

Heeft deze trend ook te maken met rendabiliteit?

Een bistrot werkt doorgaans met een beperkte kaart, in een flexibel en betaalbaar decor. Het creëert een levendige sfeer zonder dure enscenering. Het is een model dat wendbaar lijkt, en zelfs in een moeilijke economische context rendabel kan zijn. Al moet dat op langere termijn nog blijken…

Partager cet article :

À lire également

gestionnaire de restaurant qui lit la newsletter Horeca Brussels sur une tablette
De horeca-brief

Wees als eerste op de hoogte,
niet als laatste om te reageren

Schrijf je in op onze mailinglijst met sectornieuws. Je ontvangt af en toe concrete en betrouwbare info, gemaakt voor professionals die geen tijd te verliezen hebben.