Grégory Sorgeloose, co-manager van Sorgeloose & Trice, een kantoor gespecialiseerd in de verkoop van horecabedrijven, biedt een overzicht van de horecasector in Brussel.
De regen valt onophoudelijk op Brussel deze zomer van 2024 en zet de toon voor het moreel van de horeca-uitbaters in de hoofdstad. En de pers doet er nog een schepje bovenop door dag na dag, verhaal na verhaal, verslag te doen van de aanhoudende beproeving van deze nieuwe helden en heldinnen, gepassioneerd maar ook uitgeput, en vooral moe van het feit dat er niet naar hen geluisterd wordt door de homo politicus modernis in een maatschappij in crisis. In 2 woorden, dat is het portret dat we zouden kunnen schilderen van de Brusselse horecamarkt aan het einde van deze zomer. Er hangt een zachte melancholie over de hoofdstad, maar de verkiezingsuitslag heeft het debat al weer aangewakkerd en er lijkt een sprankje hoop te gloren in deze stad die in de greep is van verandering en eeuwige vernieuwing.
Het klopt dat de laatste jaren niet rijk zijn geweest aan schade. De horeca wordt gezien als een ware plaag, een beroep dat in het openbaar wordt omschreven als nobel en waarvoor we zouden moeten huilen, maar dat in de praktijk wordt gezien als relatief verachtelijk. En het krijgt alleen krediet in homeopathische doses en op recept, vooral door banken die er nooit in hebben geloofd.
De andere kant van de spiegel
Een nieuw paradigma ?
We zien het in ons dagelijks leven: dit nieuwe paradigma overspoelt de hoofdstad met goede vibes en biedt ons elke dag nieuwe culinaire concepten en thema’s, nieuwe merken en nieuwe spelers. De neo-ontwikkelaars zijn zich niet bewust van de crisis en geloven dat de kwalen van de sector in het slechtste geval tijdelijk zijn en hen in het beste geval niet zullen treffen, omdat ze de naïviteit en allesverslindende energie hebben van een beginner die gedreven wordt door onaantastbare dromen en modellen. Het is waarschijnlijk pas later, wanneer ze de realiteit van het veld onder ogen hebben moeten zien, dat er een uitsortering zal plaatsvinden en dat velen dit fascinerende beroep zullen verlaten, niet zonder moeite. Maar het is ook op die dag dat een heleboel anderen als een man of vrouw zullen opstaan om het te betreden.

Wie zijn deze nieuwe ontwikkelaars?
Deze nieuwe generatie, hierboven genoemd, is verdeeld in 2 verschillende profielen: de “financiers”, die meer gericht zijn op het creëren van winstgevende bedrijfsmodellen, vaak een hogere opleiding of universitaire kwalificatie hebben, of zelfs een gespecialiseerde professionele achtergrond. Zij hebben bijgedragen aan de komst van nieuwe, ‘schonere’ praktijken in de sector en hebben veel van de voormalige ‘oude stijl’ exploitanten uit de sector verdrongen. We hebben veel aan hen te danken voor het opschonen van de sector en het duidelijker en begrijpelijker maken ervan, vooral met de opkomst van “single-product”-concepten en “fast casual”, die eindeloos kunnen worden gedupliceerd. Aan de andere kant van de schaal zijn er nog steeds mensen die ‘gepassioneerd’ zijn, gek op producten, doordrenkt van technologie, gek op mensen. Zij creëren culinaire wonderen en geven een ongekende impuls aan een hoofdstad waarvan de traditionele eetgelegenheden verstikt blijven in een repetitieve en uiteindelijk afstotende lus. En het is echt, echt goed om te zien hoe deze totaal onconventionele, disruptieve kant zich ontwikkelt en die extra ziel aan Brussel toevoegt die we van een hoofdstad zijn gaan verwachten!
Waar gaan ze naartoe? Hoe financieren ze zichzelf ?
Natuurlijk heeft deze nieuwe generatie niet de financiële bagage van hun voorgangers, die waanzinnige engineering- en vooroudertechnieken ontwikkelden om op hun eigen manier te optimaliseren wat ooit uitstekende winstgevendheid en overvloedige soorten waren. Hun kussens zijn gevuld met veren en hun spreien met schoenendozen, niets meer, niets verborgen. Hun rijkdom is te vinden in hun ideeën en hun dynamiek. Maar zonder materiële rijkdom is het natuurlijk moeilijk om te concurreren met de horecagelegenheden op de Place. Dus is het tijd om creatief te worden en zich te vestigen in meer afgelegen en minder drukke gebieden van Brussel. Het is goedkoper, toegankelijker, alternatiever en uiteindelijk een beetje exotischer. En het stelt je in staat om de stad vanuit een andere hoek te herontdekken. De ervaring is meeslepend en totaal. Denk maar aan kwaliteitsmerken zoals Barge, Kline of de Nightshop, om er maar een paar te noemen: wie zou er in de jaren ’90 aan gedacht hebben om een winkel te openen op de Ieperlaan of op het einde van de Flandrelaan? Niemand! Noch zou een gek op het gekke idee zijn gekomen om een koffiebar te openen aan het einde van de Louizalaan in een voormalige tapijthandel. En toch…. En toch… Brussel verandert, of we dat nu leuk vinden of niet.

Vaders restaurants

Conclusie
Verandert Horeca Brussel? Of verandert Brussel de horeca? Het antwoord is te vinden in die andere vraag: wat was er eerst, de kip of het ei? Er is geen verkeerd antwoord, alleen een vaststelling: de sector was, is en zal altijd bestaan uit liefhebbers, die inspelen op de primaire behoefte om te drinken, te eten en te socializen. En hoewel de sector zich in een crisis bevindt, valt niet te ontkennen dat hij veerkrachtig blijft, gedreven als hij is door de passie en opwinding van het creëren. Ze zullen dus nooit vallen, en ze zullen zichzelf altijd creatief heruitvinden om door te gaan. Wat een prachtig beroep! Lang leve de gastvrijheid…






