De Brusselse verbodsbepaling op terrasverwarmers, oorspronkelijk gepland voor juni 2025, is na lange debatten in het Brussels Parlement uitgesteld tot juni 2026.
Deze maatregel, die past binnen het energiezuinigheidsbeleid van het Brussels Gewest, wordt met een jaar verschoven om de horecasector meer tijd te geven zich aan te passen aan de klimaatdoelstellingen, met aandacht voor de uitdagingen waarmee de sector kampt. Belangrijk: het verbod geldt enkel voor niet-overdekte terrassen.
Hoewel er meningsverschillen waren tussen de partijen, ging het debat vooral over de manier waarop de Horeca zou worden begeleid en over de duur van het uitstel, eerder dan over het principe zelf. Zo pleitte de MR voor een verschuiving naar de volgende legislatuur, omdat de sector volgens hen onvoldoende was geraadpleegd. Andere Franstalige partijen stonden kritisch tegenover een verbod vanaf 2025, maar steunden wel een korter uitstel.
Uiteindelijk zorgde een amendement van Mounir Laarissi (Les Engagés), dat een uitstel van één jaar voorstelde, voor een akkoord. De socialisten, ecologisten, Défi, Les Engagés, Team Ahidar en de PVDA stemden voor dit amendement.
De horecasector slachtoffer van politieke spelletjes
De Fédération Horeca steunde op haar beurt een voorstel om het verbod uit te stellen tot december 2027. Hoewel de sector volop werkt aan deze overgang, met respect voor de klimaatdoelstellingen, blijft de onzekerheid groot. Een uitstel van één jaar is relatief kort, maar de Brusselse regering heeft beloofd de sector te ondersteunen, onder meer via fiscale hervormingen. Alleen moeten de betrokken regeringen eerst effectief gevormd zijn om die maatregelen ook echt te kunnen uitrollen. In L’Echo betreurt voorzitter Matthieu Léonard vooral dat de sector het slachtoffer wordt van politieke spelletjes.
“Het verbod op terrasverwarmers maakt deel uit van een bredere strategie om het energieverbruik te verminderen. We moeten echter oplossingen vinden om deze overgang onder de best mogelijke omstandigheden te laten verlopen”, verklaarde Alain Maron, Brussels minister van Leefmilieu.
De tekst moet op 31 januari nog worden goedgekeurd door het voltallige Parlement tijdens de plenaire zitting.






