Charlie Gordower behoort tot die ondernemers die vooruitgaan zonder veel lawaai te maken, bijna zonder uitgewerkt toekomstplan, maar met een intuïtie die hun richting bepaalt. Een blik op een inspirerend parcours.
Alles begint op zijn 15e met een studentenjob bij Schievelavabo Jourdan. Op zijn twintigste heeft hij helemaal niet de ambitie om uit te groeien tot een van de profielen die vandaag de Brusselse horecascene mee vormgeven. Aan het einde van zijn studies – na een omweg als duikinstructeur in het buitenland – komt Schievelavabo over te nemen. Samen met zijn vennoot, Benoît Hallez, wagen ze een even gekke als spontane gok: het overnemen, gewoon met de zin om een kans te grijpen die hun leven zal veranderen. “We hebben al doende geleerd”, vat Charlie samen. Die eerste zaak wordt zijn echte leerschool: teambeheer, sourcing, omgaan met onverwachte situaties, het ritme van de service… Niets wordt hem bespaard, maar alles vormt hem.
Al snel volgen de adressen elkaar op. Niet uit expansiedrang, maar omdat de zaken een beetje toevallig op zijn pad komen. Zo is er de kiosk in het Ter Kamerenbos met Samuel. Opnieuw een gewaagde zet, al zal die zaak tijdens de coronaperiode van onschatbare waarde blijken. Daarna volgt het Schievelavabo in Terhulpen, dat hij samen met Benoît Hallez overneemt, en vervolgens het Manneken Pis Café met Jean-Maurice Hinsekamp. Op papier niet meteen een evidente plek: een eerste verdieping in het hypercentrum, die in het begin door de Brusselaars gemeden wordt en door toeristen niet goed begrepen. Maar via mond-tot-mondreclame en de pers groeit het uit tot een gedurfd kwaliteitsadres, met korte keten en een originele kaart. De saga gaat verder met de Walvis, een instituut in het stadscentrum, dat hij eveneens samen met Jean-Maurice Hinsekamp overneemt, met respect voor de oorspronkelijke signatuur, en daarna met Schievelavabo Montgomery samen met Benoît Hallez. Door de jaren heen wordt één ding duidelijk: Charlie is niet op zoek naar iconische zaken, het zijn die zaken die voor zijn energie kiezen.
Lees ook >Talia Butt & Aïcha Javed: twee vrouwen die de gastvrijheid in Brussel heruitvinden
Voir cette publication sur Instagram
Une publication partagée par boaboa.recordscafe (@boaboa.recordscafe)
Boaboa, de eerste echt persoonlijke zaak
Toch duurt het zeven jaar voor hij samen met Benoît Hallez eindelijk een plek creëert die echt bij hen past. Boaboa, gevestigd in Ukkel, wordt dat meer intieme project. Een plek waar de zorgvuldig uitgewerkte inrichting van Benoît samenkomt met Charlie’s uitgesproken liefde voor muziek en een tot in detail doordachte akoestiek. Een signatuuradres waar je voor het eerst echt de volledige stempel van het duo voelt. “Het was belangrijk om iets voor onszelf te maken, iets dat vertrekt vanuit onze eigen smaak, en niet uit een overname”, vertelt hij.
Het volgende hoofdstuk: de brocante
Vandaag bereidt Charlie de opening voor van een nieuwe zaak op het Vossenplein, tegenover Petit Marseillais, samen met Robin Godts. Een café-restaurant dat de hele dag open is, opgevat om aan te sluiten bij de volkse en levendige sfeer van de wijk. Ook hier geen opsmuk, maar een korte, lokale en evoluerende kaart, trouw aan waar hij voor staat.
De echte uitdaging: personeel, kosten en professionalisering
Wanneer men hem vraagt naar de uitdagingen van de sector, wijst hij eerst op rekrutering: “Het beroep is steeds meer een studentenjob geworden met een enorme turnover. We zouden de teams meer moeten professionaliseren, want zodra een jongere echt goed is, begint hij zijn eigen zaak. We zitten in een overgangssector.”
Daarna is er de betrouwbaarheid, want teams veranderen, stellen zich vragen en zoeken elders. De horeca fungeert soms als een halte tussen twee levens. En tenslotte zijn er de kosten: “Sommige producten zijn in zeven maanden tijd met 45% gestegen. Je kan een restaurant niet meer runnen zoals in de jaren 90. Vandaag is het beheer werk op de millimeter.”
In zijn oplossingen laat hij medewerkers tussen verschillende zaken roteren om verveling te vermijden, probeert hij een stabiele energie door te geven en volgt hij de cijfers week na week op. Niet uit pure managementobsessie, maar uit noodzaak.
Een discrete, maar tastbare stempel
Charlie staat mijlenver van het cliché van de “sterrenrestaurateur”. Hij wil niet per se steeds meer zaken openen. Geen vijfjarenplan, geen zoektocht naar bekendheid. Wat hij vooral wil, is plekken creëren waar mensen zich goed voelen, waar ze terugkomen en zich aan hechten. Het is niet nodig om “lokaal” groot uit te dragen. “Je voelt het vanzelf, zonder dat we het moeten zeggen”, merkt hij op.
Uit die discretie komt wellicht zijn kracht voort: hij creëert toegankelijke, warme en levendige plekken – plaatsen waar je merkt dat de teams er met plezier werken. Want hij weet dat de horeca in de eerste plaats om mensen draait.
Zijn verhaal lijkt allerminst op dat van een imperium. Het doet eerder denken aan een leerproces: dat van een ondernemer die vooruitgaat op intuïtie, met respect voor de plekken en met een voorliefde voor eenvoud. In Brussel, die bijzondere stad waar je niets verovert maar met alles moet leren omgaan, tekent Charlie een pad dat bij hem past. Met adressen die dat kleine gevoel geven: hier wil je nog eens terugkomen.
Uit die discretie komt wellicht zijn kracht voort: hij creëert toegankelijke, warme en levendige plekken – plaatsen waar je merkt dat de teams er met plezier werken. Want hij weet dat de horeca in de eerste plaats om mensen draait.






