Een “truc” die duur kan uitvallen
En wat als de klant wegloopt zonder te betalen?
Dit is een specifiek strafbaar feit onder het Strafwetboek: het misdrijf “grivèlerie”, voorzien in artikel 508bis, dat bestraft wie “wetende dat hij absoluut niet kan betalen, zich in een daartoe bestemde inrichting laat bedienen van dranken of voedsel, die hij geheel of gedeeltelijk heeft verbruikt, zich een kamer laat geven in een hotel of herberg, of een huurwagen neemt”. Dit artikel voorziet een gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden en/of een boete van tweehonderd tot vijftienhonderd euro. Het bedrag van de boetes moet vermenigvuldigd worden met de huidige opdeciemen (40). Mogelijke stappen zijn een klacht bij de politie met bewijzen (video’s, factuur, getuigenissen van het personeel), en indien mogelijk de identificatie of nummerplaat van de klant.
“Geleende” handdoeken en badjassen: wat doen?
Dit is diefstal in de zin van artikel 461 en volgende van het Strafwetboek. Een strafklacht voor diefstal is mogelijk. Er kan ook via de burgerlijke weg worden opgetreden om de schadevergoeding te eisen van een geïdentificeerde klant. Het is sterk aan te raden om in het huishoudelijk reglement of de algemene voorwaarden een clausule op te nemen zoals: “Elk voorwerp dat ontbreekt na het vertrek van de klant kan worden aangerekend op het geregistreerde betaalmiddel.” Een courante praktijk is dat het bedrag van het goed wordt aangerekend op de kredietkaart van de klant, wanneer er een voorafgaande toestemming bestaat (bijvoorbeeld een pre-autorisatie bij het inchecken). Deze inhouding is wettig als ze overeenstemt met een reële schade en opgenomen is in de algemene voorwaarden van het verblijf.
Hoewel deze situaties vaak worden gebanaliseerd, herinneren ze eraan dat een Horeca-uitbater of hotelier wél over doeltreffende juridische middelen beschikt om zich te verdedigen — op voorwaarde dat de juiste voorzorgen vooraf zijn genomen: wettige camera’s, duidelijke algemene voorwaarden en heldere betalingsautorisaties.






