Accueil Klein verlet en verlof om dwingende redenen
Horecagids

Het "klein verlet", ook wel "omstandigheidsverlof" genoemd
Het klein verlet geeft de werknemer het recht om afwezig te zijn van het werk met behoud van loon bij bepaalde familiale, burgerlijke of sociale gebeurtenissen die uitdrukkelijk in de wet zijn vastgelegd.
In de horecasector (PC 302) zijn deze afwezigheden strikt geregeld door de federale wetgeving en gelden ze voor alle werknemers, ongeacht het arbeidsregime (voltijds of deeltijds).
De werknemer brengt de werkgever, indien mogelijk, op voorhand op de hoogte en gebruikt het verlof uitsluitend voor het bedoelde motief. In principe neemt de werknemer het verlof op het moment van de gebeurtenis of binnen de wettelijk toegelaten periode.
Deze dagen klein verlet zijn in principe volledig ten laste van de werkgever, tenzij er specifieke uitzonderingen gelden. Verlof in het kader van geboorte en adoptie valt onder aparte regelingen en is dus verschillend van klein verlet.
| Reden | Duur |
|---|---|
| Huwelijk van de werknemer | 2 dagen, te kiezen in de week waarin het huwelijk plaatsvindt of in de daaropvolgende week |
|
Huwelijk van een naaste (kind, echtgenoot/echtgenote, broer/zus, schoonbroer/schoonzus, vader/moeder, schoonvader/schoonmoeder, kleinkind) |
De dag van het huwelijk |
|
Overlijden van de echtgeno(o)t(e) of samenwonende partner, of van een kind (kind van de werknemer of van de echtgeno(o)t(e) / samenwonende partner) |
10 dagen: 3 dagen op te nemen in de periode van de dag van het overlijden tot en met de dag van de begrafenis + 7 dagen op te nemen binnen het jaar na het overlijden |
| Overlijden van de vader, moeder, schoonvader, tweede echtgenoot van de moeder, schoonmoeder of tweede echtgenote van de vader | 3 dagen, te kiezen in de periode die begint op de dag van het overlijden en eindigt op de dag van de begrafenis |
|
Overlijden van een ander familielid dat bij de werknemer is gedomicilieerd (broer/zus, schoonbroer/schoonzus, grootouder, kleinkind, overgrootouder, achterkleinkind, schoonzoon/schoondochter…) |
2 dagen, te kiezen tussen de dag van het overlijden en de dag van de begrafenis |
|
Overlijden van een ander familielid dat niet bij de werknemer is gedomicilieerd (broer/zus, schoonbroer/schoonzus, grootouder, kleinkind, overgrootouder, achterkleinkind, schoonzoon/schoondochter…) |
1 dag, de dag van de begrafenis |
|
Plaatsing in een pleeggezin – overlijden van een geplaatst kind (langdurig) (werknemer / echtgeno(o)t(e) / samenwonende partner: pleegouder) |
10 dagen, volgens dezelfde modaliteiten als bij het overlijden van een kind |
|
Plaatsing in een pleeggezin – overlijden van een pleegouder (werknemer die op het moment van het overlijden langdurig in een pleeggezin was geplaatst) |
3 dagen, op te nemen tussen de dag van het overlijden en de dag van de begrafenis |
|
Plaatsing in een pleeggezin – overlijden van een geplaatst kind (kortdurig) (werknemer / echtgeno(o)t(e) / samenwonende partner: pleegouder) |
1 dag, de dag van de begrafenis |
| Plechtige communie van een kind (van de werknemer of van de echtgeno(o)t(e)) | De dag van de plechtigheid (of de eerstvolgende/voorafgaande werkdag als de plechtigheid op een zondag, feestdag of gebruikelijke inactiviteitsdag valt) |
| Feest van de vrijzinnige jeugd van een kind (indien georganiseerd) | De dag van het evenement (of de eerstvolgende/voorafgaande werkdag als het op een zondag, feestdag of gebruikelijke inactiviteitsdag valt) |
| Jury / getuige / verplichte verschijning | De nodige tijd, max. 5 dagen |
| Vergadering van een familieraad bijeengeroepen door de vrederechter | De nodige tijd, max. 1 dag |
| Bijzitter – stem- of telbureau (federale, provinciale en gemeenteraadsverkiezingen) | De nodige tijd |
| Bijzitter – hoofdbureau (verkiezingen van het Europees Parlement) | De nodige tijd, max. 5 dagen |
| Bijzitter – hoofdopnemingsbureau (federale, provinciale en gemeenteraadsverkiezingen) | De nodige tijd, max. 5 dagen |
|
Priesterwijding of intrede in een klooster van een naaste (kind van de werknemer of van de echtgeno(o)t(e), broer/zus, schoonbroer/schoonzus) |
De dag van de wijding / de ceremonie |
Aandachtspunt – ziekte na rouwverlof
Als de werknemer onmiddellijk na het opnemen van extra rouwverlofdagen (tot 7 dagen) die aansluitend volgen op de 1e/2e/3e dag, ziek wordt, kan een aanrekening worden toegepast: deze extra dagen kunnen, onder de voorziene voorwaarden, worden afgetrokken van de wettelijke periode van gewaarborgd loon.
Het verlof om dwingende redenen is in principe onbezoldigd
Het verlof om dwingende redenen (ook wel verlof om dringende redenen en soms familiaal verlof genoemd) laat de werknemer toe om tijdelijk afwezig te zijn om een onvoorzien, dringend en niet-werkgerelateerd feit van familiale of sociale aard op te vangen, dat een persoonlijke en onmiddellijke tussenkomst vereist.
Dit verlof is strikt geregeld door de sociale wetgeving en verschilt duidelijk van klein verlet (gelegenheidsverlof), dat betrekking heeft op welbepaalde, uitdrukkelijk opgesomde gebeurtenissen en in principe wél betaald is.
Om als dwingende reden te gelden, moet de gebeurtenis tegelijk aan de volgende 5 voorwaarden voldoen:
- onvoorzien zijn (het kon redelijkerwijs niet vooraf worden ingeschat);
- dringend zijn (een onmiddellijke tussenkomst is nodig);
- onafhankelijk zijn van de beroepsactiviteit;
- tot de familiale of sociale sfeer behoren;
- het onmogelijk maken om het werk op dat moment normaal verder te zetten.
Duur:
De afwezigheid is toegestaan voor de tijd die nodig is om tussen te komen, met een maximum van 10 dagen per kalenderjaar. Het verlof kan worden opgenomen in volledige dagen of in dagdelen, afhankelijk van de concrete noden van de situatie.
Vergoeding:
Het verlof om dwingende redenen is in principe onbezoldigd: er is geen loonbehoud voorzien en er wordt geen vergoeding betaald door de werkgever of door de sociale zekerheid.
Verplichtingen van de werknemer:
- de werkgever zo snel mogelijk informeren over de afwezigheid en de vermoedelijke duur;
- het verlof uitsluitend gebruiken voor de ingeroepen dwingende reden;
- op vraag van de werkgever een bewijsstuk bezorgen dat het bestaan van de reden aantoont (medisch attest, officieel document, materieel bewijs…).
Rechten van de werkgever:
- een bewijs vragen van de ingeroepen reden;
- de afwezigheid weigeren als de wettelijke voorwaarden duidelijk niet vervuld zijn;
- controleren of de duur van de afwezigheid strikt beperkt blijft tot de noodzakelijke tijd.
| Dwingende reden (voorbeelden) | Duur van de afwezigheid |
|---|---|
| Plotse ziekte of ongeval van een kind waarvoor onmiddellijke aanwezigheid nodig is | De nodige tijd, met een maximum van 10 dagen per kalenderjaar |
| Plotse ziekte of ongeval van een naaste wanneer jouw persoonlijke tussenkomst onmisbaar is | De nodige tijd, met een maximum van 10 dagen per kalenderjaar |
| Ernstige schade aan de woning (brand, waterschade, zware panne…) die een onmiddellijke tussenkomst vereist | De nodige tijd, met een maximum van 10 dagen per kalenderjaar |
| Onverwachte verschijning of dringende stap bij een overheidsdienst om persoonlijke redenen | De nodige tijd, met een maximum van 10 dagen per kalenderjaar |
| Mantelzorgverlof (zorg / ondersteuning) voor een persoon die aan de wettelijke voorwaarden voldoet | Tot 5 dagen per kalenderjaar (aansluitend of niet), af te trekken van het globale plafond van 10 dagen/jaar |
Officiële bronnen en wettelijke basis
De informatie in dit artikel is uitsluitend gebaseerd op officiële Belgische bronnen, die gezaghebbend zijn op het vlak van het arbeidsrecht en van toepassing zijn op de horecasector (PC 302).
Referentiewetgeving
- Wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten
Algemene wettelijke basis die de rechten en plichten van werkgevers en werknemers vastlegt.
https://www.ejustice.just.fgov.be/eli/wet/1978/07/03/1978070301/justel - Koninklijk besluit van 28 augustus 1963 betreffende het behoud van het loon bij klein verlet
Fundamentele tekst die de gebeurtenissen vastlegt die recht geven op klein verlet en de duur ervan bepaalt.
https://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/1963/08/28/1963082802/justel
Officiële administratieve bronnen
- FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg – Klein verlet
Officiële toelichtingsfiche voor werkgevers en werknemers. - FOD Werkgelegenheid – Verlof om dwingende redenen
Officiële informatie over de voorwaarden, de duur en het onbezoldigde karakter van dit verlof.
Geboorte, adoptie en gelijkgestelde verloven
- FOD Sociale Zekerheid – Geboorteverlof
Informatie over de verdeling tussen werkgever en ziekenfonds en over de opname van het verlof. - FOD Werkgelegenheid – Adoptieverlof
Wettelijk kader dat van toepassing is op alle sectoren, inclusief de horecasector.
https://werk.belgie.be/nl/themas/verlof-en-arbeidsduur/adoptieverlof